We kennen Barry Atsma allemaal van zijn rollen in ‘Komt Een Vrouw Bij De Dokter’, ‘Rozengeur & Wodka Lime’ en ‘Voetbalvrouwen’.

Nu speelt hij in het toneelstuk ‘De Russen’ van Toneelgroep Amsterdam en binnenkort is hij samen met Susan Visser te zien in de film ‘Taped’ van regisseur Diederik van Rooijen. Niet veel later speelt hij met Pierre Bokma de hoofdrol in de film ‘Quiz’ van Dick Maas. Beide zijn thrillers, maar wel totaal verschillende films, zegt hij zelf. Naast zijn drukke leven is hij ook gewoon een gezellige papa en woont hij met veel plezier in Terwijde.

 

Volgens mij is heel Leidsche Rijn en omstreken benieuwd waarom Barry Atsma juist hier woont en niet in Amsterdam tussen alle andere acteurs en BN’ers. Ik ging op een zondagmiddag op de thee en stelde hem die en nog vele andere vragen.

“Voor mijn werk ben ik veel op verschillende plekken waar het altijd druk en chaotisch is, het is dan heerlijk om hier thuis te komen. In de zomer lekker in de tuin zitten, fikkie stoken, dan heb ik het gevoel dat ik echt buiten woon.Natuurlijk is het af en toe ook onhandig. Alles wat met film en toneel te maken heeft speelt zich af in Amsterdam. Maar de reistijd is dan ook echt de enige reden dat ik daar zou willen wonen.Ik heb nu wel een motor om de files in ieder geval te omzeilen.

Verder is het hier perfect. Als je op een gegeven moment aan kinderen gaat denken wil je ruimte, een plek waar ze veilig buiten kunnen spelen, een huis met een tuin en een bootje. In de stad kom je dan al snel uit bij te dure huizen, bouwvallen waar nog veel geklust moet worden of in wijken waar je niet wilt wonen.Mijn ex-vrouw (Izaira Kersten) en ik hebben nog wel in Amsterdam gekeken, maar we zochten eigenlijk hetzelfde huis in een zelfde wijk als hier. Dat dorpse gevoel heb je daar gewoon niet. Ik ken alle mensen hier uit de buurt. Dat is ook echt iets wat ik een stad zou missen, de sociale cohesie. Met een heel stel organiseren we van alles: Picknicken, voetbaltoernooitjes, en afgelopen winter ijshockeywedstrijden bij mij achter, echt super! Hadden we bouwlampen neergezet en zo creëerden we ons eigen stadionnetje. Was je moe, dan had je bij een steiger verderop wel ‘koek en zopie’. Het is hier echt heerlijk wonen. Wat dat betreft ben ik ongegeneerd een ambassadeur voor Leidsche Rijn. Sowieso is dat een voordeel van zulke wijken; dat je veel gedaan kan krijgen. Er is een groot leefbaarheidsbudget. Met een aantal buurtbewoners hebben we er voor gezorgd dat er nieuwe bomen geplant werden, dat het speeltuintje werd opgeknapt, dat er een voetbalveld werd aangelegd. Ze staan heel erg open voor goede ideeën uit de buurt. Als je moeite hebt met je wijk en je wilt iets bereiken, dan is dat echt mogelijk!
Het is een beetje Amerika hier, de ‘ Leidsche Rijn Dream’.”

Barry staat op en schenkt nog wat thee in. Ondertussen kijk ik om me heen en zie ik op de schouw een Rembrandt Award staan en een Gouden Kalf, beide gekregen voor zijn rol in ‘Komt Een Vrouw Bij De Dokter’.
Aan de muren hangen allemaal tekeningen van zijn twee kinderen en ik vraag me af wat voor vader hij is.

“Pff, dat is moeilijk zeggen over jezelf. Ik denk dat ik wel een hele leuke vader ben, maar op een bepaalde manier ook wel traditioneel, er zijn duidelijke regels.Ik heb natuurlijk een ontzettend ongestructureerd leven, daardoor is het wel belangrijk dat ik voor mijn kinderen juist structuur creëer. We eten aan tafel, er wordt netjes gewacht totdat iedereen klaar is. Half uurtje tv kijken per dag, nog 10 minuutjes met de Ipad en dan lekker slapen en geen gezeur. Het is allemaal heel duidelijk. Ik ben daar wel vrij hard in. Daarnaast ben ik misschien ook wel echt een ‘acteurs-vader’. We doen veel leuke dingen samen en spelen vaak toneelstukjes. Gisteravond hebben we bijvoorbeeld met zn drieën in de huiskamer staan breakdancen, een uur lang, totdat we echt niet meer konden.”

Barry’s vader was financieel directeur bij Unilever en werkte over de hele wereld. Barry is daardoor opgegroeid in Engeland, Griekenland, Brazilië en Nederland.

“Voor mij was het super als kind, maar ook heel heftig. Daardoor heb ik wel een bepaalde onzekerheid en een bepaalde kwetsbaarheid leren kennen. Het is niet niks als je op je 13e,, wanneer je net lekker gaat puberen, opeens in Brazilië terecht komt waarbij je bij elk woord dat ze zeggen alleen maar denkt “wat zeg je?” In 3 maanden tijd heb ik toen vloeiend Portugees geleerd uit pure doodsangst en overlevingsdrift. Dat zijn heftige dingen, ook heel cool, maar ik weet wel hoe moeilijk dat is. Door mijn jeugd heb ik wel een soort hechtingsprobleem ontwikkeld. Als je net ergens vriendjes hebt gemaakt of het naar je zin hebt, vertrek je weer. In mijn huiskeuze heb ik dan ook heel bewust gekozen voor iets waar je je heel erg hecht. Ik kies niet voor een appartement 4 hoog, waar je anoniem naar binnen en buiten gaat. Acteurs hebben op een bepaalde manier ook een ‘hechtingsprobleem’. Je werkt heel intensief aan een stuk of een film, maar daarna fladdert iedereen weer vrolijk weg en ga je door met totaal andere dingen. Die manier van werken past mij heel goed. Drie maanden lang heel intens ergens mee bezig zijn, of 3 jaar lang in een land wonen en dan weer verder. Wat dat betreft zet ik mijn jeugd door: divers, heftig, hectisch.” “Ik heb nooit bewust gekozen om acteur te worden, ik had die droom ook niet. Ik studeerde rechten aan de Universiteit van Utrecht toen ik een toneelcursus cadeau kreeg van mijn moeder. Ik dacht “dit kan ik echt niet”, maar daardoor wilde ik het juist proberen. Ik kwam in de klas met allemaal kinderen die echt goed waren. Allemaal kinderen van kunstenaars. Ik was een rare kakker: ik hockeyde en tenniste, kwam net uit Brazilië en paste er totaal niet tussen. Ik heb ook absoluut niet van nature het talent om te acteren, maar ik ben wel heel nieuwsgierig en fanatiek. Ik hou van de adrenaline en de stress van het spelen, dus onbewust was het een enorme match. Na die cursus heb ik me aangemeld op de toneelschool en werd ik tot mijn grote verbazing aangenomen! Ik ben gestopt met rechten en kreeg eigenlijk als enige uit mijn klas al vrij snel veel werk. Nu ben ik nog de enige die op deze manier met acteren bezig is.

Eigenlijk wel grappig dat mijn niet-ambitieuze instelling mij hier heeft gebracht.  Pas 5 a 6 jaar geleden had ik het besef van “ja, dit vind ik echt te gek!”, maar toen realiseerde ik me ook “of ik ga nu door, maar dan ga ik er echt wat van maken. Of niet, maar dan stop ik, ga ik rechten afmaken en kies ik voor een andere carrière.” Toen heb ik wel de beslissing genomen dat ik wat meer kwaliteit en diepgang wilde en meer verbondenheid wilde voelen met het vak acteren. Net op dat moment kwam er een voorstelling van Toneelgroep Amsterdam en kreeg ik de rol van een Mormoonse homoseksueel met een psychotische vrouw. Veel moeilijker kon het niet, dus zeker op dat moment kon ik laten zien wat ik kon. Aan het begin had ik daar wel moeite mee. Ik kon moeilijk diepere emoties spelen en durfde me niet kwetsbaar op te stellen. In mijn privé leven deed ik dat ook niet goed. Negatieve emoties, daar stapte ik meestal vrij makkelijk overheen. Toen ben ik er achter gekomen dat ik zulke emoties in mijn privé leven toe moet laten wil ik zulke emoties kunnen spelen. In zo’n tijd kom je jezelf ontzettend tegen. Dat was wel een interessante stap. Rollen zeiden me veel meer en ik ging bewust rollen kiezen die ik uitdagend en interessant vond. Ik ben altijd op zoek naar onzekerheid, ik hou wel van dat pretparkgevoel. Voor volgend jaar staan er weer allemaal nieuwe ideeën en plannen op stapel, maar daar kan ik nu nog niks over zeggen.”

k ben benieuwd! En kom tegen die tijd misschien nog wel een keer op de thee…

 

 

Interview uit het blad Nieuw Utrecht Editie 1.

 

 

 

 

 

Reacties

comments